
Veilige haven. Dat woord gebruikt minister Aartsen voor de Zelfstandigenwet. Het klinkt als aanmeren en klaar. Zo werkt het niet.
De Zelfstandigenwet geeft je vooraf duidelijkheid over de vraag of je iemand als zelfstandige inhuurt. Die duidelijkheid verdampt zodra de praktijk afwijkt van de afspraak.
Opdrachtgevers die daarop wachten tot 2028, verliezen 2 jaar. In dit artikel lees je wat de wet regelt, wat er nog niet vaststaat en waar je vandaag mee begint.
Lees wat de Zelfstandigenwet verandert aan je inhuur
Van de twee toetsen tot de route naar 2028, en wat je nu al aanpast in je inhuurbeleid.
- Wat de Zelfstandigenwet regelt
- Twee toetsen bepalen of iemand zelfstandig werkt
- Waarom een veilige haven onderhoud vraagt
- Wat er niet verandert aan de huidige regels
- De route naar 2028 kent drie hordes
- Wat uitsluiten de zelfstandige kost
- Zo pas je je inhuurbeleid nu al aan
- Veelgestelde vragen over de Zelfstandigenwet
Definitie: De Zelfstandigenwet is een wetsvoorstel van het kabinet dat vastlegt wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De wet kent twee toetsen: een zelfstandigentoets over de persoon en een werkrelatietoets over de opdracht. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.
Wat de Zelfstandigenwet regelt
Op 10 september 2026 stuurde minister Aartsen van Werk en Participatie een brief aan de Tweede Kamer over de vervolgstappen. Daarin staat de kern van het voorstel: de wet krijgt een bepaling die vastlegt wanneer er in ieder geval geen gezagsverhouding bestaat.
Dat is een andere route dan de Wet DBA neemt. Die wet stelt de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking. De Zelfstandigenwet draait het om en beschrijft wanneer je met een zelfstandige werkt. Wie volgens die spelregels werkt, weet vooraf waar deze staat.
Aan de definitie van werknemer verandert niets. De bescherming die daarbij hoort blijft ook intact, schrijft de minister expliciet. De Zelfstandigenwet trekt een grens aan de kant van de zelfstandigheid, niet aan de kant van het werknemerschap. Die keuze past bij de bredere kabinetskoers voor zelfstandigen uit april 2026.
Twee toetsen bepalen of iemand zelfstandig werkt
De zelfstandigentoets kijkt naar de persoon. Onderneem je voor eigen rekening en risico? Gedraag je je in de markt als ondernemer, met eigen tarieven, eigen acquisitie en eigen investeringen?
De werkrelatietoets kijkt naar de opdracht zelf. Hoeveel vrijheid heeft de zelfstandige om het werk te organiseren? Hoe onafhankelijk staat deze tegenover de opdrachtgever? En ontbreekt het gezag?
De precieze criteria staan er nog niet in. Aartsen belooft ze zo concreet en objectiveerbaar mogelijk. Gokwerk verdwijnt daarmee uit de inhuurbeslissing. Eind september 2026 verschijnt het conceptwetsvoorstel met de invulling, samen met een tweede internetconsultatie. Tot dat moment weet niemand precies waar de lat ligt. Ook wij niet.
Veelgemaakte fout: rekenen op drie toetsen
Veel artikelen beschrijven de Zelfstandigenwet nog met drie toetsen en een toetsingscommissie die vooraf een oordeel geeft. Dat beeld komt uit het oorspronkelijke initiatiefvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP. De Kamerbrief van 10 september 2026 schrapt de toetsingscommissie en de sectorale rechtsvermoedens. Er blijven twee toetsen over, voor iedere zelfstandige apart en ongeacht de sector.
Waarom een veilige haven onderhoud vraagt
Hier zit het misverstand dat opdrachtgevers geld kost. Een haven suggereert een eenmalige handeling: toets vooraf, vink af, klaar. Zo leest de Kamerbrief niet.
Advocaat en belastingadviseur Boris Emmerig wijst daarop in zijn analyse op ZiPconomy. Beide toetsen gelden gedurende de hele looptijd van de opdracht. Verschuift de praktijk, dan verschuift de kwalificatie mee. En bij een controle op schijnzelfstandigheid staat het de Belastingdienst vrij om te stellen dat een opdracht niet aan de toetsen voldeed.
Emmerig trekt daar een scherpe conclusie uit: wie binnen de kaders van de Hoge Raad blijft, heeft nu ook al een veilige haven. Dat is zijn lezing van de brief, geen wettekst. Het praktische gevolg staat wel vast. Monitoring tijdens de opdracht blijft het werk van de opdrachtgever, ook na invoering.
Wat er niet verandert aan de huidige regels
Tot de wet er is, geldt het huidige recht. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid. In 2026 legt de dienst geen verzuimboetes op, wel vergrijpboetes bij opzet of grove schuld. Over die handhaving en de bedragen schreven we eerder een apart artikel.
De beoordeling loopt via de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (24 maart 2023). Daarbij komen het participatieplaats-arrest (6 november 2020) en het Uber-arrest (21 februari 2025). Die rechtspraak verdwijnt niet met de Zelfstandigenwet. Rechters vullen open normen ermee in, ook na 2028.
Wat je vandaag afspreekt, beoordeelt de fiscus langs de regels van vandaag.
De route naar 2028 kent drie hordes
Eind september 2026 start de internetconsultatie over het conceptwetsvoorstel. Tegelijk lopen de uitvoeringstoetsen. Ook het Adviescollege toetsing regeldruk buigt zich er opnieuw over. Horde een.
Daarna volgt het advies van de Raad van State. Dat college oordeelde eerder kritisch over andere voorstellen rond werk en selectie. Horde twee.
In 2027 behandelen Tweede en Eerste Kamer het voorstel. Aartsen leidt een minderheidskabinet en rekent op steun van ondernemersgezinde oppositiepartijen. Horde drie.
1 januari 2028 is daarmee een streven, geen datum in je agenda. Het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR sneuvelde in maart 2026, na jaren voorbereiding. Houd daar rekening mee in je capaciteitsplanning.

Wat uitsluiten de zelfstandige kost
De onzekerheid heeft een prijs en die betalen twee partijen.
Opdrachtgevers mijden risico. Een deel van de organisaties sluit inhuur van zelfstandigen categorisch uit. Andere brengen alles onder bij een handvol brokers. Aartsen benoemt dat gedrag zelf: zelfstandigen raken onnodig buiten beeld.
Voor de zelfstandige betekent dat verlies van directe toegang. De echte ondernemer is formeel welkom en staat feitelijk buiten. Dat raakt jouw kant van de tafel net zo hard. Een schaarse specialist kiest voor de opdrachtgever die de opdracht wel netjes inricht. Zeker als die het tarief zakelijk bespreekt.
Voor werknemers verandert er niets. De bescherming bij een arbeidsovereenkomst blijft staan. Dat is precies het doel van de wet: wie feitelijk onder gezag werkt, valt niet buiten die bescherming.
Zo pas je je inhuurbeleid nu al aan
Wachten op de definitieve criteria levert niets op. De twee toetsen sluiten aan op wat de Hoge Raad nu al weegt: ondernemerschap en de feitelijke vrijheid binnen de opdracht. Werk je daar nu aan, dan sta je in 2028 klaar. Zonder haastwerk.
Begin bij een lopende opdracht. Niet bij het contract, maar bij de werkelijkheid:
- Stuurt de opdrachtgever op resultaat of op aanwezigheid?
- Zit de zelfstandige in het teamoverleg omdat de opdracht dat vraagt, of omdat iedereen daar zit?
- Loopt de opdracht al jaren door, zonder begin- en eindpunt?
- Onderhandelde de zelfstandige zelf over voorwaarden en tarief?
Leg de uitkomst vast. Niet als verdediging achteraf, maar als onderbouwing van een keuze. Weeg daarbij ook het alternatief: een interim professional, een uitzendkracht met een omrekenfactor of een vast contract. Wat dat verschil in geld betekent, reken je door met de vergelijking tussen zzp-tarief en loondienst.
Bespreek de uitkomst met de zelfstandige zelf. Die heeft evenveel belang bij een opdracht die standhoudt.
Bouw een inhuurbeleid dat standhoudt
Leer hoe je vast, flex en zelfstandig verdeelt over je vacatures. En hoe je die keuze onderbouwt richting directie en Belastingdienst. Van losse acties naar een recruitmentstrategie.
Veelgestelde vragen over de Zelfstandigenwet
Wat is de Zelfstandigenwet?
De Zelfstandigenwet is een Nederlands wetsvoorstel dat vastlegt wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De wet voegt een bepaling toe die beschrijft wanneer er geen gezagsverhouding bestaat. Wie aan de criteria voldoet, krijgt vooraf zekerheid over de kwalificatie van de opdracht. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028.
Wanneer gaat de Zelfstandigenwet in?
Het kabinet streeft naar inwerkingtreding op 1 januari 2028. Eind september 2026 verschijnt het conceptwetsvoorstel, gevolgd door een internetconsultatie, uitvoeringstoetsen en advies van de Raad van State. Tweede en Eerste Kamer behandelen het voorstel in 2027. Die datum is een streven en geen zekerheid.
Wat is het verschil tussen de Zelfstandigenwet en de Wet DBA?
De Wet DBA vraagt of er sprake is van een dienstbetrekking en beoordeelt dat vaak achteraf. De Zelfstandigenwet draait de vraag om en legt vast wanneer iemand in ieder geval als zelfstandige werkt. Het doel is zekerheid vooraf. De Wet DBA blijft gelden tot de Zelfstandigenwet in werking treedt.
Wat houden de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets in?
De zelfstandigentoets kijkt naar de persoon: onderneemt iemand voor eigen rekening en risico en gedraagt deze zich als ondernemer? De werkrelatietoets kijkt naar de opdracht: heeft de zelfstandige vrijheid om het werk te organiseren, is deze onafhankelijk en ontbreekt gezag? De exacte criteria publiceert het kabinet bij de tweede internetconsultatie.
Vervalt het Deliveroo-arrest met de Zelfstandigenwet?
Nee. De rechtspraak van de Hoge Raad over de kwalificatie van arbeidsrelaties blijft van belang, ook na invoering van de Zelfstandigenwet. Rechters vullen open normen in met het Deliveroo-arrest (2023), het participatieplaats-arrest (2020) en het Uber-arrest (2025). Tot de nieuwe wet er is, vormt die rechtspraak het kader voor de beoordeling.
Wat betekent de Zelfstandigenwet nu al voor opdrachtgevers?
Juridisch nog niets, praktisch veel. De twee toetsen sluiten aan op wat de Hoge Raad nu al weegt: ondernemerschap en feitelijke vrijheid binnen de opdracht. Opdrachtgevers die hun lopende zzp-opdrachten daar nu op beoordelen, verkleinen hun naheffingsrisico. Ze staan klaar zodra de wet er komt.
Over de auteur
Jacco Valkenburg neemt al 25 jaar als zelfstandige interim recruitment projecten aan en doorlicht recruitmentprocessen bij opdrachtgevers. Hij is auteur van 9 vakboeken, waaronder Recruitment 4.0.