
Hoe zeker ben je van je eigen selectie-oordeel? Confidence bias in recruitment is de neiging om je eigen beoordelingsvermogen te overschatten, juist als je denkt dat je het goed in de vingers hebt.
Dat heeft niets te maken met het niveau van je ervaring. Die ervaring is waardevol. Waar het misgaat, is in hoe je die ervaring interpreteert, namelijk zonder data als terugkoppeling.
Hier lees je wat confidence bias is, hoe je het herkent in je eigen gesprekken, en wat je concreet doet om beter te selecteren.
De valkuil van te veel vertrouwen
Wat confidence bias is, waarom ervaring het versterkt en wat je vandaag al anders kunt doen.
Wat is confidence bias precies?
Bijna iedereen die interviews afneemt, is overtuigd een goede mensenkenner te zijn. Dat gevoel klopt niet altijd met de werkelijkheid. Onderzoek van Svenson (1981) laat zien dat 93% van de automobilisten zichzelf beter vindt rijden dan de gemiddelde bestuurder. Statistisch is dat onmogelijk. In selectie geldt hetzelfde mechanisme.
Confidence bias is geen teken van slechte bedoelingen of onkunde. Het is een systematische denkfout die bij vrijwel iedereen optreedt, inclusief doorgewinterde recruiters en hiring managers. Het verraderlijke is juist dat de bias zich het sterkst manifesteert bij mensen die veel ervaring hebben en daardoor denken dat ze er immuun voor zijn. Lees meer over de bredere achtergrond van bias in recruitment.
Drie vormen die je dagelijks tegenkomt
Wetenschappers onderscheiden drie varianten van het overconfidence effect, elk met een eigen gezicht in de selectiepraktijk.
Overestimation is de meest herkenbare vorm: je overschat je eigen prestaties. Een interviewer die denkt dat zijn cv-inschatting altijd klopt, terwijl de aangenomen kandidaat binnen een jaar alweer weg is. Overplacement gaat een stap verder: je schat jezelf hoger in dan collega’s. “Mijn gesprekken leveren betere hires op dan die van anderen in het team.” Zonder data is dat een aanname, geen feit. Overprecision is de meest subtiele variant: je bent te zeker van de nauwkeurigheid van je eigen voorspellingen. Je sluit uit dat je het bij het verkeerde eind hebt, ook als er tegensignalen zijn.
Al drie vormen leiden tot hetzelfde resultaat: je sluit objectieve informatie buiten, vertrouwt op je gevoel en mist daardoor kandidaten die het wel zouden redden.
De paradox van ervaring: hoe meer je weet, hoe zekerder je fout kunt zitten
Hier zit de kern van het probleem. Je zou verwachten dat meer ervaring leidt tot beter kalibratie: hoe vaker je interviews hebt afgenomen, hoe beter je weet wat je wel en niet kunt beoordelen. Maar dat klopt niet.
Psycholoog Stuart Oskamp liet in een klassiek experiment (1965) zien dat naarmate clinici meer informatie kregen over een casus, hun vertrouwen steeg van 33% naar 53%. Hun feitelijke nauwkeurigheid verbeterde nauwelijks en bleef onder de 30%. Meer informatie leidde tot meer zekerheid, niet tot beter oordelen.
Dit patroon is rechtstreeks van toepassing op selectie. Een recruiter met tien jaar ervaring heeft duizenden gesprekken achter de rug. Die ervaring brengt echte vaardigheden mee: je herkent patronen sneller, je stelt betere vragen, je leest gespreksdynamiek beter. Maar als je geen systematische terugkoppeling krijgt op de uitkomsten van je beoordelingen, groeit het zelfvertrouwen sneller dan de precisie. Het probleem zit niet in de ervaring zelf, maar in het ontbreken van data die laat zien wanneer je oordeel klopte en wanneer niet.
Waarschuwing: ongestructureerde interviews verergeren de bias
Onderzoek van Kausel, Culbertson en Torres (2016, Journal of Organizational Behavior and Human Decision Processes) toonde aan dat deelnemers die ongestructureerde interview-informatie kregen, significant meer overconfidence vertoonden dan deelnemers die alleen testscores kregen. Het probleem is dus niet alleen dat je je oordeel overschat. Het is dat een klassiek sollicitatiegesprek die overschatting actief versterkt. Bekijk het onderzoek op ScienceDirect.
Dat maakt confidence bias anders dan veel andere cognitieve biases bij selectiegesprekken. Je kunt er niet minder gevoelig voor worden door simpelweg meer gesprekken te voeren. Je hebt een andere aanpak nodig.
Zo herken je confidence bias bij jezelf
Confidence bias is lastig te spotten in je eigen gedrag, omdat het zich aandient als zekerheid, niet als twijfel. Toch zijn er herkenbare signalen.
Je maakt een oordeel in de eerste vijf minuten en besteedt de rest van het gesprek aan bevestiging van dat oordeel. Je stelt weinig verdiepende vragen bij kandidaten die je aanspreken, maar vraagt wΓ©l door bij kandidaten die je twijfelachtig vindt. Je weerlegt bezwaren van collega’s over een favoriete kandidaat met “ik ken ze na dit gesprek gewoon goed.” En je schrijft een tegenvallende hire later toe aan externe factoren, niet aan je eigen selectieoordeel.
Dit laatste punt sluit aan bij een verwante denkfout: affinity bias, waarbij je mensen bevoordeelt die op jou lijken. Die twee biases versterken elkaar. Je bent extra zeker van je oordeel bij kandidaten die je aanspreken, juist omdat ze veel op jou lijken.

Wat confidence bias in de praktijk aanricht
De gevolgen zijn concreet. Sommige kandidaten worden afgewezen op basis van een gevoel dat nooit getoetst is. Andere worden aangenomen op basis van diezelfde ongetoetste zekerheid. Dat leidt tot mismatch, hogere kosten door verloop en een selectieproces dat minder divers uitpakt dan het zou kunnen. Wanneer de beste kandidaten structureel worden overgeslagen, is dat ook een verklaring voor het patroon dat niemand wordt aangenomen na maanden zoeken: niet het aanbod klopt niet, maar de beoordeling.
Confidence bias staat ook een eerlijk selectieproces in de weg. Als je ervan overtuigd bent dat je oordeel klopt, zie je geen reden om het te toetsen. Dat maakt het onderliggende probleem onzichtbaar, ook voor jezelf. Meer over inclusief werven en objectief selecteren lees je in dit artikel.
Drie aanpakken die werken
Er is geen aanpak die confidence bias volledig wegneemt. Maar je kunt de invloed ervan structureel verkleinen.
1. Gebruik gestructureerde interviews. Dat lijkt voor de hand liggend, maar de meerderheid van de gesprekken in Nederland verloopt nog altijd ongestructureerd. Stel voor elke kandidaat dezelfde vragen, in dezelfde volgorde, en beoordeel de antwoorden aan de hand van vooraf vastgestelde criteria. Dit verkleint de ruimte voor je gevoel om de regie over te nemen. De STARR-methode is hiervoor een bewezen gesprekstechniek die je direct kunt toepassen.
2. Kalibreer na afloop. Schrijf direct na het gesprek, vΓ³Γ³r overleg met collega’s, je oordeel op. Geef een score op de kerncompetenties. Na zes maanden: klopt je inschatting met het functioneren van de kandidaat? Dit is precies hoe ervaring wΓ©l zijn waarde bewijst: niet door volume aan gesprekken, maar door koppeling van oordeel aan uitkomst. Een ervaren recruiter die zijn beoordelingen systematisch toetst, wordt over tijd steeds scherper. EΓ©n die dat niet doet, blijft herhalen zonder te verbeteren.
3. Voeg een objectieve meting toe. Een werkproef of meeloopdag geeft gedragsinformatie die los staat van jouw gespreksinterpretatie. Persoonlijkheidsonderzoek zoals de Big Five levert gestandaardiseerde data die je naast je eigen indruk kunt leggen. Niet als vervanging van het gesprek, maar als correctiemechanisme op je eigen oordeel.
Scherp blijven vraagt om een frisse blik
In onze training Selectiegesprekken toets je je eigen aanpak en ontdek je wat er nog scherper kan.
Veelgestelde vragen over confidence bias in recruitment
Wat is confidence bias in recruitment?
Confidence bias in recruitment is de neiging van recruiters en hiring managers om hun eigen beoordelingsvermogen te overschatten. Ze zijn zekerder van hun selectieoordeel dan hun feitelijke nauwkeurigheid rechtvaardigt. Dit leidt tot beslissingen die meer op gevoel dan op bewijs zijn gebaseerd.
Wat is het verschil tussen confidence bias en het Dunning-Kruger effect?
Het Dunning-Kruger effect beschrijft hoe mensen met weinig kennis hun competentie overschatten, terwijl experts zichzelf onderschatten. Confidence bias is breder: ook ervaren professionals kunnen structureel te zeker zijn van hun oordeel, zelfs met goede kennis van het vakgebied. In selectie treedt confidence bias juist op bij mensen met veel ervaring.
Hoe herken je confidence bias in een selectiegesprek?
Signalen zijn: een oordeel vormen in de eerste minuten en dat niet meer bijstellen, weinig doorvragen bij kandidaten die je aanspreken, collega’s overtuigen op basis van gevoel zonder concrete argumenten, en tegenvallende hires achteraf verklaren met externe oorzaken in plaats van je eigen oordeel te evalueren.
Waarom maakt meer ervaring confidence bias soms erger?
Zonder systematische feedback op de uitkomsten van je selectiebeslissingen bouwt ervaring zelfvertrouwen op, maar geen nauwkeurigheid. Je herinnert je de hires die goed uitpakten en verbindt die aan je oordeel, maar de fouten verdwijnen uit beeld. Onderzoek van Oskamp (1965) laat zien dat meer informatie leidt tot meer zekerheid, niet tot betere voorspellingen.
Wat werkt het beste tegen confidence bias bij selectie?
Drie aanpakken verminderen de impact: gestructureerde interviews met vooraf vastgestelde criteria, kalibratie door je oordeel na afloop te noteren en later te toetsen aan het functioneren, en het toevoegen van objectieve meetinstrumenten zoals werkproeven of gevalideerde assessments naast het gesprek.
Over de auteur
Jacco Valkenburg is recruitment architect, auteur en trainer met 25 jaar ervaring in selectie en talentacquisitie. Hij is auteur van Eerlijk over selectie, een praktisch handboek over objectief en biasbewust selecteren.